Een chape met vloerverwarming beweegt. Elke keer dat de verwarming aanslaat, warmt de vloer een paar graden op en zet ze een fractie van een millimeter per meter uit. Als ze afkoelt, krimpt ze weer. Dat is normaal en onschuldig, zolang de vloer de ruimte krijgt om te bewegen. Krijgt ze die niet, dan zoekt de spanning zelf een uitweg: een scheur in de chape, en een scheur in je tegels.
Uitzettingsvoegen (of dilatatievoegen) geven de vloer die ruimte. Ze bepalen ook mee hoe je je kringen tekent, en daarom horen ze op het legplan.
Randisolatie: de voeg langs elke muur
De eerste voeg is er een die je bijna vergeet: de randisolatiestrook. Dat is een strook schuim van ongeveer een centimeter dik die rondom tegen elke muur staat, van de isolatie tot boven de chape. Zo raakt de chape nergens een muur, een kolom of een deurkader, en kan ze vrij bewegen. Die strook hoort overal, ook rond een pilaar midden in de kamer.
Velden: wanneer een ruimte in stukken moet
Een grote vloer beweegt meer dan een kleine. Boven een bepaalde grootte verdeel je de chape daarom in velden, gescheiden door een uitzettingsvoeg dwars door de chape. Voor een cementgebonden chape met vloerverwarming worden vaak deze vuistregels gebruikt:
- een veld is niet groter dan ongeveer 40 m²;
- geen enkele zijde is langer dan ongeveer 8 meter;
- de lengte is hoogstens twee keer de breedte.
Anhydrietchapes (gietvloeren) laten vaak grotere velden toe. De exacte waarden hangen af van het product en de dikte, dus volg altijd de voorschriften van je chapeleverancier. Zij beslissen waar de voegen komen. Jouw legplan moet zich daarnaar schikken.
Waar komen voegen bijna altijd?
- In deuropeningen, tussen twee ruimtes. Een deuropening is een natuurlijke versmalling waar de chape anders gaat scheuren.
- In L- en T-vormige ruimtes, vanaf de binnenhoek. Die hoek is een zwakke plek waar spanning samenkomt.
- In grote ruimtes die de maximale veldgrootte overschrijden.
- Tussen zones met heel verschillende temperaturen, zoals een randzone met een eigen kring en de rest van de kamer. Of dat nodig is, bepaalt de chapeleverancier.
Wat betekent dat voor je kringen?
Eén regel: een kring loopt nooit zelf over een voeg. De velden aan beide kanten van de voeg bewegen onafhankelijk van elkaar. Een buis die er in banen overheen gaat, wordt bij elke beweging mee uitgerekt en geplooid. Na een paar jaar kan dat schade geven, precies op de plek waar je niet meer bij kunt.
In de praktijk betekent dat:
- Elk veld krijgt een eigen kring, of meerdere kringen die helemaal binnen dat veld blijven.
- Enkel aanvoerleidingen mogen een voeg kruisen. Dat is onvermijdelijk, want de leidingen van een achterliggende ruimte moeten ergens door.
- Waar een leiding een voeg kruist, krijgt ze een mantelbuis: een stuk beschermhuls over de buis, vaak rond de 30 cm lang en gecentreerd op de voeg. De buis kan daarin bewegen zonder beschadigd te raken.
- Hou het aantal kruisingen beperkt. Laat de leidingen bij voorkeur samen op één plek over de voeg gaan, bijvoorbeeld in een deuropening.
Het legplan aanpassen aan de voegen
Het makkelijkst is om eerst de voegen te tekenen en daarna pas de kringen. Zo zie je meteen in hoeveel velden een ruimte uiteenvalt, en dus hoeveel kringen je minimaal nodig hebt. Een woonkamer van 45 m² die om andere redenen al drie kringen zou krijgen, heeft misschien door de voegen een andere verdeling nodig. Die rekensom staat in hoeveel kringen heb je nodig.
Leg de kringen daarna zo dat de aansluitingen van elk veld aan dezelfde kant liggen als de collector. Zo hoeft er zo weinig mogelijk over een voeg. Waar de collector het best staat, lees je in de beste plaats voor je collector.
Krimpvoegen zijn iets anders
Naast uitzettingsvoegen zie je soms ook ingezaagde voegen in een chape: krimpvoegen of schijnvoegen. Die worden na het gieten maar een deel van de dikte ingezaagd, zodat de chape bij het uitdrogen op die plek scheurt en niet ergens anders. Ze gaan niet door tot op de isolatie. Let op met zagen: met vloerverwarming mag de zaag nooit tot aan de buizen gaan. Ook daarvoor is een correct legplan met afstanden onmisbaar.
Samengevat
- Randisolatie langs elke muur en rond elke kolom.
- Velden van ongeveer maximaal 40 m², 8 meter lang en twee keer zo lang als breed, tenzij de chapeleverancier iets anders zegt.
- Voegen in deuropeningen en vanaf binnenhoeken.
- Elk veld een eigen kring, enkel aanvoerleidingen over de voeg, in een mantelbuis.
- De voeg doortrekken in de tegelvloer.
Een kring over een voeg is een van de fouten die we het vaakst zien. Bij een renovatie met ingefreesde buizen gelden er extra aandachtspunten: bestaande voegen en scheuren in de oude chape bepalen daar mee waar je kunt frezen. Zie een legplan voor een renovatie. Begin je van nul, volg dan het stappenplan en teken het plan in de Vloerverwarmingplan app.