In nieuwbouw is vloerverwarming bijna vanzelfsprekend: de chape moet er toch komen, dus de buizen gaan erin. Bij een renovatie ligt dat anders. Er ligt al een vloer, de deuren hangen op een bepaalde hoogte, de trap begint waar hij begint. Elke centimeter opbouw is er een te veel. Toch kan vloerverwarming in bijna elke woning, alleen niet overal op dezelfde manier. En de manier bepaalt hoe je het legplan tekent.
Drie manieren, drie opbouwhoogtes
1. Uitbreken en een nieuwe chape
De oude vloer gaat eruit, tot op de draagvloer. Daarop komen isolatie, de buizen en een nieuwe chape, net als in nieuwbouw. Het is de meest ingrijpende optie, maar ook de beste: je kunt eindelijk onder de vloer isoleren, en je werkt met gewone buis van 16 mm. Het legplan is dan een nieuwbouwplan, en alles uit het stappenplan geldt zonder aanpassingen.
2. Een dunnelaagsysteem
Op de bestaande vloer komt een dun systeem: een lage noppenplaat of dunne isolatieplaat met gleuven, een buis van 10 tot 14 mm, en daarover een zelfnivellerende egalisatie. Samen goed voor ongeveer 2 à 3 cm. Snel geplaatst, weinig stof, maar de vloer komt wel wat hoger. Deuren moeten ingekort worden, en aan de trap en de overgang naar andere ruimtes moet je een oplossing vinden.
3. Infrezen
Een freesmachine maakt sleuven in de bestaande chape, de buis gaat erin, en alles wordt afgewerkt met een dun laagje egaline. De vloer komt amper hoger: enkel die egaline en de nieuwe vloerafwerking. Voorwaarde is een stevige chape van voldoende dikte. Vaak wordt minstens 4 à 5 cm gevraagd, maar laat dat vooraf controleren door wie komt frezen.
Het grote verschil: isolatie
Bij een nieuwe chape leg je isolatie onder de buizen. Bij infrezen en de meeste dunnelaagsystemen gaat dat niet of nauwelijks. De warmte kan dus ook naar beneden, naar de kelder, de kruipruimte of de grond. Dat is geen reden om het niet te doen, maar wel om er rekening mee te houden:
- Boven een kelder of kruipruimte kun je vaak van onderuit isoleren. Dat is meestal de beste investering die je kunt doen voor je vloerverwarming.
- Op een vloer op volle grond zonder isolatie gaat een deel van de warmte verloren. Vraag of de warmteverliesberekening daar rekening mee houdt.
Wat het betekent voor je legplan
Kleinere legafstand
Dunne buizen geven minder warmte af per meter, en de laag erboven is dun. Daarom liggen ze dichter bij elkaar: typisch 5 tot 10 cm, tegenover 10 tot 20 cm in nieuwbouw. Dat heeft een voordeel: de vloer reageert sneller en werkt goed met lage watertemperaturen, dus met een warmtepomp. Meer over de afweging in legafstand: 10, 15 of 20 cm.
Kortere kringen, dus meer kringen
Een dunne buis heeft meer weerstand. Kringen van 10 tot 12 mm blijven daarom eerder rond 60 à 80 meter, afhankelijk van de fabrikant. Op 7,5 cm legafstand leg je ruim 13 meter buis per vierkante meter. Een kring van 70 meter dekt dan maar een vijftal vierkante meter. Een woonkamer van 30 m² wordt zo al snel vijf of zes kringen. Hoe je dat verdeelt, lees je in hoeveel kringen heb je nodig. Waarom die grens er is, staat in maximale kringlengte.
Wat er al in de vloer zit
Dit is het punt dat bij infrezen het meest onderschat wordt. In een bestaande chape lopen vaak leidingen: water, afvoer, elektriciteit, soms een oude gasleiding. Daar kan niet door gefreesd worden. Zoek dus vooraf uit waar ze lopen, met oude plannen, foto's uit de bouwfase of een leidingzoeker. Teken ze op het legplan als zones waar geen kring mag komen, net zoals je keukenkasten of een toilet uitspaart. Welke zones je sowieso vrijhoudt, staat in waar je géén vloerverwarming legt.
Bestaande voegen en scheuren
Een oude chape heeft vaak voegen, of scheuren die als voeg zijn gaan werken. Een ingefreesde kring mag daar niet overheen, om dezelfde reden als in nieuwbouw: de velden aan beide kanten bewegen los van elkaar. Breng ze in kaart en behandel ze als veldgrenzen. Hoe, lees je in uitzettingsvoegen en dilatatie.
Legpatroon
Zowel slakkenhuis als meander zijn mogelijk bij infrezen. Frezers werken vaak in rechte banen, en omdat de buis dun is, zijn krappe bochten minder een probleem dan bij 16 mm. Vraag wie de vloer freest welk patroon hij het liefst legt, en teken dat in. Het verschil tussen beide patronen lees je in slakkenhuis of meander.
Welke optie past bij jouw renovatie?
| Nieuwe chape | Dunne laag | Infrezen | |
|---|---|---|---|
| Extra hoogte | veel (± 12 cm) | ± 2 à 3 cm | bijna geen |
| Isolatie onder de buis | ja | beperkt | nee |
| Buisdiameter | 16 à 17 mm | 10 à 14 mm | 10 à 12 mm |
| Legafstand | 10 à 20 cm | 5 à 10 cm | 5 à 10 cm |
| Kringlengte | tot ± 100 m | ± 60 à 80 m | ± 60 à 80 m |
| Stof en werk | veel | weinig | veel stof bij het frezen |
De cijfers zijn richtwaarden. Elk systeem heeft zijn eigen specificaties, en die gaan altijd voor.
Zelf een eerste plan maken
Ook bij een renovatie loont het om zelf een eerste versie te tekenen voor je offertes vraagt. Je ziet meteen hoeveel kringen het worden, waar de collector kan staan en welke zones vrij moeten blijven. In de Vloerverwarmingplan app stel je per ruimte de buisafstand in en krijg je de lengte van elke kring en een materiaalstaat, zodat je offertes van frezers of installateurs ook echt kunt vergelijken.