Legafstand bij vloerverwarming: 10, 15 of 20 cm, en wanneer kies je wat?

4 min leestijd

De legafstand is een van de eerste keuzes in een legplan en misschien wel de belangrijkste. Ze bepaalt hoeveel warmte de vloer kan afgeven, hoe gelijkmatig die warm aanvoelt en hoeveel meter buis je koopt. Toch wordt ze vaak gekozen op gevoel, of gewoon overgenomen van het vorige project van de installateur.

De legafstand is de afstand tussen twee naburige buizen, gemeten van het midden van de ene buis tot het midden van de andere. In het vak heet dat "hart op hart". De gangbare waarden zijn 10, 15 en 20 cm, met uitschieters naar 5 cm in renovatiesystemen en 25 of 30 cm in ruimtes die nauwelijks warmte vragen.

Drie stukken vloer van 2 bij 2 meter met vloerverwarming op 10, 15 en 20 cm legafstand
Hetzelfde stuk vloer: dubbel zoveel buis op 10 cm als op 20 cm.

Wat verandert er als je dichter legt?

1. Meer warmte bij dezelfde watertemperatuur

Meer buis in de vloer betekent meer contactoppervlak tussen het warme water en de chape. De vloer geeft dus meer warmte af zonder dat het water warmer moet. Omgekeerd: voor dezelfde warmte kan het water kouder zijn.

Dat laatste is precies waarom een kleinere legafstand zo goed samengaat met een warmtepomp. Een warmtepomp werkt efficiënter naarmate de aanvoertemperatuur lager ligt. Per graad lager win je al snel enkele procenten rendement. Over een heel stookseizoen tikt dat aan.

2. Een gelijkmatiger warme vloer

Direct boven een buis is de vloer iets warmer dan tussen twee buizen. Liggen de buizen dicht bij elkaar, dan vloeien die warme stroken in elkaar over. Liggen ze ver uit elkaar, dan voel je met blote voeten soms de banen. Bij tegels merk je het meer dan bij parket, omdat tegels de warmte beter geleiden.

Doorsnede van een vloer met vloerverwarming: bij 20 cm legafstand schommelt de vloertemperatuur sterker dan bij 10 cm
Schematisch: bij 10 cm ligt de vloertemperatuur hoger en vlakker dan bij 20 cm.

3. Meer buis, meer kringen

Dit is de keerzijde. Op 10 cm leg je 10 meter buis per vierkante meter, op 20 cm maar 5. Omdat een kring niet veel langer dan 100 meter mag zijn, verwarmt één kring op 10 cm maar ongeveer 9 m². Een woonkamer van 36 m² vraagt dan vier kringen, op 15 cm drie. Meer kringen betekent een grotere collector en meer aanvoerleidingen. Hoe je dat uitrekent, lees je in hoeveel kringen heb je nodig.

Richtwaarden per ruimte

RuimteLegafstandWaarom
Badkamer10 cmHogere gewenste temperatuur (24 °C), weinig vrije vloer
Woonkamer, keuken10 of 15 cm10 cm met een warmtepomp of grote ramen, anders 15 cm
Bureau15 cmGewone verblijfsruimte
Slaapkamer15 of 20 cmLagere gewenste temperatuur
Hal, berging20 cm of geen kringWeinig warmtevraag, vaak al warm van de leidingen
Randzone langs glas10 cmExtra warmte waar de koude valt

Dit zijn vertrekpunten, geen wetten. Een goed geïsoleerde slaapkamer in een passiefhuis doet het perfect op 20 cm. Een oude woonkamer met enkel glas heeft misschien 10 cm nodig om het warm te krijgen. Heb je een warmteverliesberekening, laat die dan beslissen.

Vloerbekleding speelt mee

Tegels en natuursteen geven warmte vlot door. Parket, pvc en zeker tapijt remmen die af: de vloerbekleding werkt als een dun isolatielaagje. Kies je voor hout of pvc, dan heb je bij dezelfde legafstand een iets hogere watertemperatuur nodig, of je legt de buizen dichter om dat te compenseren. Vraag bij je vloerleverancier naar de warmteweerstand van de bekleding en of ze geschikt is voor vloerverwarming.

Verschillende legafstanden in één kamer

Het hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Langs een grote glaspartij kan een strook op 10 cm liggen, terwijl de rest van de kamer op 15 cm ligt. Dat heet een randzone, en je leest er alles over in randzones langs ramen en buitenmuren.

Houd er wel rekening mee dat een meander op 10 cm krappe bochten heeft. Een buis van 16 mm kun je niet zomaar in een halve cirkel van 10 cm plooien. Hoe installateurs dat oplossen, zie je in slakkenhuis of meander.

Misverstand: dichter is altijd beter

Niet per se. Een ruimte die weinig warmte vraagt, heeft niets aan 10 cm. Je betaalt meer buis, je collector heeft meer aansluitingen nodig en elke kring wordt korter in oppervlakte. En omdat een vloer met veel buis sneller op temperatuur komt, moet de regeling ook fijner werken om niet door te schieten.

Omgekeerd is 20 cm in een woonkamer met een warmtepomp vaak te krap. De vloer moet dan warmer water krijgen om dezelfde warmte te leveren, en daar lever je rendement voor in.

En bij renovatie?

Dunnelaagsystemen en ingefreesde vloerverwarming werken met dunnere buizen van 10 tot 12 mm. Die liggen typisch op 5 tot 10 cm, omdat een dunne buis minder warmte afgeeft en omdat de laag erboven dun is. Het gevolg: nog meer buis per m² en dus nog kortere kringen. Meer daarover in een legplan voor een renovatie.

Zelf vergelijken

De beste manier om te voelen wat een legafstand verandert, is twee varianten naast elkaar te tekenen. In de Vloerverwarmingplan app stel je de buisafstand per ruimte in en zie je meteen hoe dicht de kringen op elkaar komen. Let daarbij ook op de lengte van elke kring: wat er gebeurt als die te lang wordt, lees je in maximale kringlengte.

Teken je eigen legplan

Ruimtes, collector, kringen en legpatroon: probeer het gratis in je browser, zonder account.

Open de editor