Wie een paar legplannen bekijkt, ziet twee vormen terugkomen: spiralen die naar het midden van de kamer draaien, en buizen die in lange banen heen en weer lopen. Het eerste heet een slakkenhuis (ook spiraal of bifilair patroon), het tweede een meander. Beide werken. De keuze bepaalt vooral hoe de warmte over de vloer verdeeld wordt.
Het slakkenhuis: warm en koel door elkaar
Bij een slakkenhuis lopen aanvoer en retour naast elkaar. De buis draait met dubbele legafstand naar het midden van de kamer, maakt daar een S-bocht en komt tussen de heengaande banen weer terug naar buiten. Het resultaat: naast elke warme baan (aanvoer) ligt een koelere baan (retour).
Dat klinkt als een detail, maar het is de hele reden waarom dit patroon zo populair is. De warme en koele banen middelen elkaar uit, waardoor de vloer overal ongeveer even warm aanvoelt. Er is geen warme en koude kant.
Een tweede voordeel zie je pas als je de bochten telt. In een slakkenhuis maakt de buis bijna enkel bochten van 90 graden. De enige keerbochten zitten in het midden, en daar is de ruimte dubbel zo groot als de legafstand. Dat maakt het slakkenhuis makkelijk te leggen, ook op een kleine legafstand.
De meander: van warm naar koel
Bij een meander loopt de buis in evenwijdige banen heen en weer door de kamer. De eerste baan krijgt het warmste water, de laatste het koelste. De vloer koelt dus af van de ene kant van de kamer naar de andere. Bij een gewone kring gaat het om een paar graden watertemperatuur.
Wat een nadeel lijkt, gebruik je als voordeel: laat de meander beginnen langs de koudste wand. Dat is bijna altijd de gevel met de grootste ramen. Daar is het warmteverlies het grootst, en daar ligt dan ook de warmste buis.
De bochten in een meander
Elke bocht in een meander draait 180 graden over de afstand van één legafstand. Op 20 cm is dat geen probleem: de bocht heeft een straal van 10 cm. Op 10 cm wordt het krap. Een buis van 16 mm plooi je niet zomaar in een straal van 5 cm, dan knikt hij. Een veelgebruikte vuistregel is een buigstraal van minstens vijf keer de buisdiameter, voor 16 mm dus ongeveer 8 cm. Kijk wel na wat de fabrikant van jouw buis toelaat.
Installateurs lossen dat op met een omegabocht: de buis maakt aan het einde van de baan een lusje naar buiten, zodat de bocht ruimer wordt. Het werkt goed, maar het vraagt meer tijd en wat ruimte langs de muur.
Welk patroon voor welke ruimte?
| Ruimte | Patroon | Waarom |
|---|---|---|
| Woonkamer, slaapkamer, bureau | Slakkenhuis | Gelijkmatig warme vloer waar je zit en staat |
| Kamer met één grote glasgevel | Meander vanaf het glas, of slakkenhuis met randzone | Warmste buis waar de koude valt |
| Gang, smalle berging | Meander | Lange smalle ruimte, weinig bochten nodig |
| Badkamer | Slakkenhuis of meander | Hangt af van de indeling; een meander volgt makkelijk de vrije stroken |
| Randzone | Meander | Strook langs de gevel, banen evenwijdig aan het glas |
En de dubbele meander?
Er bestaat ook een tussenvorm: de dubbele meander. Aanvoer en retour lopen daarbij als paar naast elkaar door de kamer, in banen heen en weer. Je krijgt de gelijkmatige verdeling van een slakkenhuis in de vorm van een meander. Hij is wat lastiger te leggen en je ziet hem minder vaak in woningen. Voor de meeste kamers is het gewone slakkenhuis de eenvoudigste keuze met hetzelfde resultaat.
Hoe het patroon je kringen beïnvloedt
Het patroon verandert weinig aan de buislengte: bij dezelfde legafstand leg je ongeveer evenveel meter per m². Hoeveel kringen je nodig hebt, hangt dus vooral af van de legafstand en de oppervlakte, niet van het patroon. De rekensom staat in hoeveel kringen heb je nodig.
Wat wel verschilt, is waar de aansluitingen uitkomen. Bij een slakkenhuis liggen in- en uitgang naast elkaar, zodat je met één paar leidingen naar de collector gaat. Bij een gewone meander ligt de uitgang aan de andere kant van de kamer, en moet de retourleiding helemaal terug naar de deur. Teken die leiding mee, want ze telt mee in de lengte van de kring.
Zelf uitproberen
In de Vloerverwarmingplan app kies je per kring een slakkenhuis- of meanderpatroon en zie je meteen hoe de buis door de kamer loopt. Probeer beide in je eigen woonkamer en kijk waar de aansluitingen uitkomen. Nog aan het begin? Het volledige stappenplan voor een legplan helpt je op weg.