Randzones langs ramen en buitenmuren: extra warmte waar je die nodig hebt

4 min leestijd

Iedereen die ooit naast een groot raam zat op een koude winteravond, kent het gevoel: de kamer is 21 graden, maar aan die ene kant voelt het fris. Dat is geen verbeelding. Tegen het glas koelt de lucht af, ze zakt naar beneden en stroomt als een koude luchtlaag over de vloer de kamer in. Dat heet koudeval. Daarbij straalt je lichaam warmte uit naar het koude glasoppervlak.

Een randzone is het antwoord van de vloerverwarming daarop: een strook langs het raam waar de vloer iets meer warmte afgeeft dan in de rest van de kamer.

Wat is een randzone precies?

Een randzone is een strook van ongeveer een halve tot een meter breed langs een buitenwand met veel glas. De buizen liggen daar dichter bij elkaar, meestal op 10 cm, terwijl de rest van de kamer (de verblijfszone) op 15 of 20 cm ligt. Omdat er meer buis per vierkante meter ligt, wordt die strook warmer en compenseert ze het extra warmteverlies aan het raam.

Legplan van een kamer met een randzone van ongeveer een meter langs de glazen gevel op 10 cm legafstand en een verblijfszone in slakkenhuispatroon
Een eigen kring voor de randzone (meander op 10 cm) en een slakkenhuis voor de rest van de kamer.

Hoe warm mag die strook worden?

De Europese norm voor vloerverwarming, EN 1264, legt de maximale oppervlaktetemperatuur van de vloer vast. De reden is comfort: een vloer die te warm is om lang op te staan, voelt niet prettig en is slecht voor de bloedsomloop in je benen.

Maximale vloertemperatuur volgens EN 1264: 29 graden in de verblijfszone, 33 graden in de badkamer en 35 graden in de randzone
In de randzone mag de vloer warmer zijn, omdat je daar niet lang staat.

In een randzone staat of zit niemand lang. Daarom mag de vloer daar tot 35 °C worden, tegenover 29 °C in de verblijfszone. Precies dat verschil maakt de randzone nuttig: ze levert meer warmte per vierkante meter zonder dat iemand er last van heeft. In de praktijk haal je die maximumwaarden met een warmtepomp zelden, maar de randzone blijft relatief warmer dan de rest.

Heb je er een nodig?

Eerlijk gezegd: in een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning met drievoudig glas vaak niet. Het glas is daar zo warm aan de binnenkant dat de koudeval beperkt blijft. Een randzone is vooral zinvol bij:

Heb je een warmteverliesberekening, dan zie je daar meteen welke ruimtes veel verlies aan de gevel hebben. Zo niet: kijk naar de oppervlakte glas. Een kamer waar meer dan een derde van de gevel glas is, is een goede kandidaat.

Twee manieren om een randzone te leggen

1. Een eigen kring

De randzone krijgt een aparte kring, meestal een meander met de banen evenwijdig aan het raam. Het voordeel: je kunt hem apart inregelen, en de verblijfszone ligt er netjes los van. Het nadeel: een extra aansluiting op de collector en een extra paar leidingen door de hal.

2. De kring begint aan het raam

Eén kring voor de hele kamer, die start in de randzone. De buis loopt eerst op kleine legafstand een paar banen langs het glas en schuift dan op naar de rest van de kamer op een grotere afstand. Zo ligt het warmste water waar het nodig is. Dat werkt het best met een meander. Waarom, lees je in slakkenhuis of meander.

Hoe breed en hoe dicht?

Waar je op let in het legplan

Randzone of gewoon dichter leggen?

Soms is het eenvoudiger om de hele kamer op 10 cm te leggen dan een randzone te tekenen. Dat kost meer buis en meer kringen, maar geeft overal dezelfde, gelijkmatige vloer. In een woonkamer met een warmtepomp en veel glas is dat vaak de beste keuze. In een kamer met één groot raam en verder dichte muren is een randzone efficiënter.

Probeer beide

Teken de kamer eens met een randzone en eens zonder, en vergelijk het aantal kringen en de lengtes. In de Vloerverwarmingplan app kies je per kring het patroon en de buisafstand, en zie je de lengte van elke kring in de kringentabel.

Teken je eigen legplan

Ruimtes, collector, kringen en legpatroon: probeer het gratis in je browser, zonder account.

Open de editor