Iedereen die ooit naast een groot raam zat op een koude winteravond, kent het gevoel: de kamer is 21 graden, maar aan die ene kant voelt het fris. Dat is geen verbeelding. Tegen het glas koelt de lucht af, ze zakt naar beneden en stroomt als een koude luchtlaag over de vloer de kamer in. Dat heet koudeval. Daarbij straalt je lichaam warmte uit naar het koude glasoppervlak.
Een randzone is het antwoord van de vloerverwarming daarop: een strook langs het raam waar de vloer iets meer warmte afgeeft dan in de rest van de kamer.
Wat is een randzone precies?
Een randzone is een strook van ongeveer een halve tot een meter breed langs een buitenwand met veel glas. De buizen liggen daar dichter bij elkaar, meestal op 10 cm, terwijl de rest van de kamer (de verblijfszone) op 15 of 20 cm ligt. Omdat er meer buis per vierkante meter ligt, wordt die strook warmer en compenseert ze het extra warmteverlies aan het raam.
Hoe warm mag die strook worden?
De Europese norm voor vloerverwarming, EN 1264, legt de maximale oppervlaktetemperatuur van de vloer vast. De reden is comfort: een vloer die te warm is om lang op te staan, voelt niet prettig en is slecht voor de bloedsomloop in je benen.
In een randzone staat of zit niemand lang. Daarom mag de vloer daar tot 35 °C worden, tegenover 29 °C in de verblijfszone. Precies dat verschil maakt de randzone nuttig: ze levert meer warmte per vierkante meter zonder dat iemand er last van heeft. In de praktijk haal je die maximumwaarden met een warmtepomp zelden, maar de randzone blijft relatief warmer dan de rest.
Heb je er een nodig?
Eerlijk gezegd: in een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning met drievoudig glas vaak niet. Het glas is daar zo warm aan de binnenkant dat de koudeval beperkt blijft. Een randzone is vooral zinvol bij:
- grote schuiframen of vaste glaspartijen tot op de vloer;
- renovaties met bestaand dubbel glas van oudere generatie;
- hoge ramen, zoals in een vide, waar de koude lucht van ver naar beneden valt;
- hoekkamers met glas aan twee kanten.
Heb je een warmteverliesberekening, dan zie je daar meteen welke ruimtes veel verlies aan de gevel hebben. Zo niet: kijk naar de oppervlakte glas. Een kamer waar meer dan een derde van de gevel glas is, is een goede kandidaat.
Twee manieren om een randzone te leggen
1. Een eigen kring
De randzone krijgt een aparte kring, meestal een meander met de banen evenwijdig aan het raam. Het voordeel: je kunt hem apart inregelen, en de verblijfszone ligt er netjes los van. Het nadeel: een extra aansluiting op de collector en een extra paar leidingen door de hal.
2. De kring begint aan het raam
Eén kring voor de hele kamer, die start in de randzone. De buis loopt eerst op kleine legafstand een paar banen langs het glas en schuift dan op naar de rest van de kamer op een grotere afstand. Zo ligt het warmste water waar het nodig is. Dat werkt het best met een meander. Waarom, lees je in slakkenhuis of meander.
Hoe breed en hoe dicht?
- Breedte: een halve meter tot een meter. Breder heeft weinig zin, de koudeval speelt zich vlak bij het glas af.
- Legafstand: meestal 10 cm, soms nog dichter bij heel grote glaspartijen. In de rest van de kamer kies je de legafstand zoals je dat normaal zou doen. Richtwaarden vind je in legafstand: 10, 15 of 20 cm.
- Lengte: een randzone langs een lange gevel wordt snel een lange kring. Hou de maximale kringlengte in het oog.
Waar je op let in het legplan
- Geen meubels in de randzone. Een kast of een bank tegen het raam dekt de warmste strook af. Plan de randzone waar de vloer vrij blijft.
- Leidingen naar de collector. Een randzone ligt per definitie aan de buitenkant van de woning, dus ver van de collector. Reken de aanvoer mee, en laat de leidingen langs de muur lopen in plaats van dwars door de verblijfszone.
- Aantal kringen. Een extra kring voor de randzone verandert de verdeling van de hele kamer. Hoe je dat opnieuw uitrekent, staat in hoeveel kringen heb je nodig.
Randzone of gewoon dichter leggen?
Soms is het eenvoudiger om de hele kamer op 10 cm te leggen dan een randzone te tekenen. Dat kost meer buis en meer kringen, maar geeft overal dezelfde, gelijkmatige vloer. In een woonkamer met een warmtepomp en veel glas is dat vaak de beste keuze. In een kamer met één groot raam en verder dichte muren is een randzone efficiënter.
Probeer beide
Teken de kamer eens met een randzone en eens zonder, en vergelijk het aantal kringen en de lengtes. In de Vloerverwarmingplan app kies je per kring het patroon en de buisafstand, en zie je de lengte van elke kring in de kringentabel.